Hoe adviseert de HRJ bij kandidaturen voor rechter in het Internationaal Strafhof?

In een uiterst betwistbaar artikel verschenen in de Juristenkrant nr. 408 wordt de integriteit van de verenigde benoemings- en aanwijzingscommissie (VBAC) in twijfel getrokken naar aanleiding van de voordracht door de federale regering van een magistraat voor het Internationaal Strafhof.

Uit eerbied voor de privacy van alle kandidaten en het geheim van de beraadslaging communiceert de HRJ nooit in detail over voordrachten, laat staan over een louter advies, zoals hier. Objectieve waarnemers zullen met een overzicht van de gevolgde procedure begrijpen dat de VBAC tot een weloverwogen democratische beslissing is gekomen:

Op 21 januari 2020 publiceerde de ministerraad een oproep tot kandidaten voor het Internationaal Strafhof.

12 personen hebben zich hiervoor kandidaat gesteld. 

De minister van Justitie bezorgde de HRJ de dossiers van deze kandidaten opdat de VBAC een hoorzitting zou organiseren en twee lijsten zou opstellen met een rangschikking van de kandidaten op basis van de twee profielen zoals die in het Statuut van Rome staan omschreven.

Samengevat komt het eerste profiel neer op competenties in het strafrecht en strafprocesrecht, met de nodige praktijkervaring als rechter, procureur, advocaat of een gelijkaardige hoedanigheid. Het tweede profiel gaat om relevante competenties in het internationaal recht, zoals het internationaal humanitair recht en mensenrechten, met een grote ervaring in een juridisch beroep dat van belang is voor het werk van het Hof. Kandidaten moeten ook een excellente kennis en praktijk hebben van minstens één van de twee werktalen van het Hof, namelijk het Frans en het Engels.

Alle leden hebben de dossiers grondig bestudeerd en alle kandidaten zijn uitgebreid gehoord door de VBAC (zoals de wet voorschrijft).

Op basis van de dossiers en de hoorzitting hebben alle leden van de VBAC afzonderlijk, minutieus en naar eer en geweten een raster op papier ingevuld om per kandidaat de vereisten in functie van de twee profielen te evalueren en een waarderingscijfer te geven. Deze geheime cijfers werden verzameld en met alle vereiste discretie verwerkt door de secretaris van de VBAC. Na de berekening van de gemiddelde scores bracht de secretaris de leden van de VBAC op de hoogte van de uiteindelijke rangschikking van de kandidaten per lijst.

De HRJ bezorgde de minister van Justitie de twee lijsten met rangschikkingen.

Aangezien het niet gaat om een ‘voordracht’ door de HRJ, maar om een rangschikking op basis van geëvalueerde competenties van alle kandidaten, worden deze lijsten niet op onze website gepubliceerd. Het staat de Koning vrij om de meest geschikte kandidaat uit een van deze twee lijsten voor te dragen, of niet.

De ministerraad heeft beslist om mevrouw Laurence Massart voor te dragen voor het ambt van rechter in het Internationaal Strafhof. Zij was het hoogste gerangschikt op de lijst met het eerste profiel (ervaring in het strafrecht en strafprocesrecht). Het Koninklijk Besluit van 23 maart 2020 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 25 maart 2020.

 

Vanessa de Francquen, Joris Lagrou en Christian Denoyelle